BezwaarBot
← Kennisbank

Waar moet een bezwaarschrift aan voldoen? De eisen van de Awb

Een bezwaarschrift hoeft geen juridisch meesterwerk te zijn, maar artikel 6:5 Awb stelt wel minimumeisen. Ontbreekt er iets, dan riskeer je niet-ontvankelijkheid.

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) regelt hoe je tegen besluiten van de overheid opkomt. Voor vrijwel elke gemeentelijke beschikking — van parkeerbelasting tot een afgewezen vergunning — geldt dezelfde route: bezwaar bij het bestuursorgaan dat het besluit nam. Een bezwaarschrift hoeft geen juridisch meesterwerk te zijn, maar wie de vormvereisten negeert riskeert dat het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard: het wordt dan afgewezen zonder dat iemand naar je argumenten kijkt.

De minimumeisen (artikel 6:5 Awb)

Een bezwaarschrift bevat ten minste:

  1. Naam en adres van de indiener — het bestuursorgaan moet je kunnen bereiken voor de ontvangstbevestiging en de beslissing;
  2. Dagtekening — de datum waarop je het schrijft, van belang voor de tijdigheid;
  3. Omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt — neem het kenmerk over (aanslagnummer, beschikkingsnummer of CJIB-nummer) plus de datum van het besluit, en stuur bij voorkeur een kopie mee;
  4. De gronden — waaróm je het er niet mee eens bent. Dit is het hart van het bezwaar: "ik ben het er niet mee eens" is geen grond, "ik had betaald via de parkeerapp, zie bijgevoegd betaalbewijs" wel;
  5. Handtekening — een niet-ondertekend bezwaarschrift is een herstelbaar verzuim, maar je krijgt er wel een hersteltermijn en dus vertraging door.

Zo bouw je het op

Een bruikbare volgorde die aan alle eisen voldoet:

  1. Je naam, adres en woonplaats bovenaan;
  2. De aanhef aan het bestuursorgaan, met plaats en dagtekening;
  3. Een inleidende alinea: tegen welk besluit (kenmerk + datum) je bezwaar maakt;
  4. De gronden, elk in een eigen alinea, met verwijzing naar bewijsstukken;
  5. De conclusie: wat je vraagt — herroeping of vernietiging van het besluit en (waar van toepassing) vergoeding van de kosten;
  6. Je handtekening en een lijst van bijlagen.

Waar dien je het in?

Dat hangt af van het soort besluit. Bij een naheffingsaanslag parkeerbelasting of een WOZ-beschikking richt je het bezwaar aan de heffingsambtenaar van de gemeente. Bij een verkeersboete onder de Wet Mulder heet het geen bezwaar maar administratief beroep, gericht aan de officier van justitie en verstuurd via het adres op de beschikking van het CJIB. Bij overige gemeentelijke beschikkingen staat het juiste orgaan in de rechtsmiddelenclausule onderaan het besluit — de alinea die begint met "Bent u het niet eens met dit besluit?".

Veelgemaakte fouten

  • Geen kenmerk vermeld — zonder aanslag- of zaaknummer kan het bestuursorgaan je bezwaar niet koppelen.
  • Alleen boosheid, geen gronden — beschrijf concreet wat er feitelijk of juridisch niet klopt.
  • Naar het verkeerde loket — een Mulder-beroep bij de gemeente (of een parkeerbezwaar bij het CJIB) kost kostbare tijd; het orgaan is wel verplicht door te zenden (artikel 6:15 Awb), maar reken daar niet op.
  • Te laat — de termijn is 6 weken (artikel 6:7 Awb); een bezwaarschrift is nog tijdig als het vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd en binnen een week daarna is ontvangen (artikel 6:9 Awb).

Wat er daarna gebeurt

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst, moet je bezwaar volledig heroverwegen en beslist in beginsel binnen 6 weken (bij een bezwaarcommissie 12 weken), eventueel eenmaal verdaagd. Vaak word je eerst gebeld of uitgenodigd om het bezwaar toe te lichten. Ben je het met de beslissing op bezwaar oneens, dan staat beroep bij de rechtbank open.

BezwaarBot zet al deze verplichte onderdelen automatisch in je bezwaarschrift — met het juiste kenmerk, de juiste instantie en de juiste wetsartikelen — en rekent de deadline voor je uit.